“Jacht op ambtenaren” gaat door

Na de tussenkomst van de minister van Openbaar Ambt besliste de federale regering dat de ambtenaren niet langer hun niet opgenomen ziektedagen zullen kunnen opsparen. Volgens minister Vandeput dienen die toch maar om eerder met pensioen te kunnen vertrekken. En als kers op de taart zal de automatische pensionering wegens ongeschiktheid vervangen worden door een systeem van arbeidsongeschiktheid.

Een beledigende houding

Wat ons kwaad maakt is dat Vandeput niet alleen zijn ambtenaren niet verdedigt, maar ook nog eens bewijst dat hij de reglementering helemaal niet kent. Ter herinnering: een ambtenaar beschikt over ziektedagen die gecumuleerd kunnen worden. Als dat aantal gekapitaliseerde dagen echter overschreden wordt, ontvangt hij maar 60% van zijn laatste loon. Dat aantal ziektedagen dient dus niet om voortijdig met pensioen te gaan, maar wel om de ambtenaar te beschermen tegen langdurige ziekte of een thuisongeval.

De ambtenaar in ziekteverlof kan bovendien gecontroleerd worden door MEDEX en die controle wordt uitgevoerd op initiatief van dit organisme of van de werkgever. Daarnaast werd door de verlenging van de loopbanen een wijziging aangebracht in artikel 83, §3 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen. Door die wijziging wordt sinds 1 januari van dit jaar een ambtenaar die de leeftijd van 62 jaar en 6 maanden heeft bereikt, definitief ongeschikt verklaard op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de teller van zijn ziektedagen op 365 staat.

Alles wijst erop dat de houding van de verschillende betrokken ministers een gemeenschappelijk doel beoogt: de reputatie van de ambtenaren aantasten.

De houding van de regering, en meer bepaald van de federale minister belast met Ambtenarenzaken, is tergend en beledigend voor de ambtenaren en past in een heksenjachtlogica die erop gericht is het statuut op te heffen.

De maatregelen zijn van die aard te doen geloven dat alle ambtenaren profiteren van het systeem. Dit is onaanvaardbaar. Laten we niet vergeten dat de betrokken ambtenaren, die al in een kwetsbare positie zitten wegens hun gezondheidstoestand, slachtoffers zijn van deze heksenjacht.

Verdeel en heers

De heer Vandeput is niet de enige die de ambtenaren in het vizier neemt. In een artikel in De Morgen klaagt de heer Van Quickenborne aan dat er discriminatie bestaat onder gepensioneerden, naargelang ze uit de sector van zelfstandigen, loontrekkenden of ambtenaren komen. Hij noemt een bedrag van 2.600 euro pensioen voor de ambtenaren. Zoals steeds is zo’n artikel bedoeld om een vorm van afgunst tegenover de ambtenaren te stellen. Hoe vaak we ook herhalen dat de  meerderheid van het overheidspersoneel niet aan dergelijke bedragen zal komen, het kwaad is geschied. Om aan zo’n pensioen te komen, moet men een niveau A hebben en ook een volledige loopbaan, wat eerder zeldzaam is. Bovendien wordt er bij het citeren van de cijfers niet vermeld of het om nettobedragen gaat of, zoals wij veronderstellen, om brutobedragen.

Het dossier zwaar werk

Op het “pensioenfront” kwam de NPC samen en hebben de vakbonden van de privésector het resultaat bekendgemaakt van hun werkzaamheden over het dossier zwaar werk. Ze baseerden zich daarbij op vier criteria uit het voortgangsrapport en stelden een methode voor om bepaalde deelcriteria meer gewicht te geven. In tegenstelling tot eerdere berichtgeving was het niet de bedoeling om een definitie te geven van zware beroepen en dus een lijst van zware beroepen op te stellen. De door onze collega’s aanbevolen collectieve methode houdt rekening met alle parameters waarmee er in een later stadium een akkoord kan bereikt worden over de definitie van de zware beroepen en over een lijst.

We hebben vastgesteld dat de werkgever onmiddellijk alles wilde verwerpen wat te maken heeft met emotionele belasting en alleen een individuele benadering wilde hanteren. De vertegenwoordigers van de regering hebben zich beperkt tot een toeschouwersrol.
Binnenkort zal er een expertenvergadering samengeroepen worden om de voorgestelde methode te bestuderen. Tot op heden zijn de vakbonden de enigen die met een document zijn gekomen dat toelaat om te voldoen aan de eisen van de gewenste hervorming. De werkgever heeft niets anders gedaan dan kritiek geuit.

Tijdens de vergadering bevestigde het kabinet, als antwoord op een vraag van de werkgever, dat de gesprekken over de overheidsdiensten zouden worden gehouden binnen de speciale commissie publieke sector. Immers, omdat de discussie rechtstreeks verband houdt met de hervorming van de tantièmes en met de pensioenreglementen die specifiek zijn voor onze sector. Dit versterkt wat we al verworven hebben, nl. opgesplitste gesprekken, enerzijds in het NPC en anderzijds in het Comité A voor de reglementswijzigingen.

Alles wijst erop dat de houding van de verschillende betrokken ministers een gemeenschappelijk doel beoogt: de reputatie van de ambtenaren aantasten, die werken voor het algemeen belang, of ook nog de motivatie ondergraven van de pas afgestudeerde jongeren die een loopbaan in deze sectoren overwegen.

François Fernandez-Corrales
Algemeen Voorzitter