Jong, dynamisch en toekomstgericht

We hebben met een wervelende start tijdens onze receptie het nieuwe jaar ingezet. En die start kondigt zich voor onze syndicale organisatie heel hoopvol aan. De cijfers van onze organisatie bevestigen immers dat de positieve trend van de voorbije jaren doorgaat. In 2011 groeiden we met bijna drie procent. De laatste vijf jaar werd het VSOA twintig procent groter.
Dit is in de eerste plaats het resultaat van u allen, u als lid van het VSOA, hebt tot die groei en het succes bijgedragen, in grote mate. En dit is niet zo evident in tijden dat onheilsprofeten blijven zweren bij de afbouw van het personeelsbestand in de openbare sector. Dit prachtig resultaat is dus het werk van u. Ik wens u daarvoor te bedanken.

Maar 2012 kondigt zich ook aan als een jaar van vele uitdagingen. Er zijn vooreerst in mei de sociale verkiezingen. Het VSOA zal met alle krachten de ACLVB steunen in haar campagne en bij het zoeken van goede kandidaten voor deze belangrijke verkiezing. Daarom nogmaals mijn oproep om in uw omgeving uit te kijken naar goede kandidaten voor de lijsten van de ondernemingsraden en de comités. Een overwinning van de ACLVB is immers ook een overwinning van het VSOA.

2012 wordt ook een feestjaar, met de viering van 120 jaar liberaal syndicalisme, het veertigjarig bestaan van het VSOA en het 85-jarig bestaan van de syndicale beweging in de openbare diensten. We zullen in juni een congres organiseren om twee uitdagingen uit te werken: solidariteit en een toekomst gericht syndicalisme. Solidariteit omdat deze dé bestaansreden is van een vakbond, en toekomstgericht omdat we ons willen onderscheiden van het verstarde syndicalisme uit het verleden dat we maar al te vaak bij de twee andere vakbonden terugvinden. Jong, dynamisch en toekomstgericht, dat zijn de ordewoorden die we voor de komende jaren moeten hanteren. Bovendien willen we ons blijven verzetten tegen uitsluiting. In het VSOA maken we geen onderscheid in geslacht, geaardheid, taal of afkomst. Iedereen heeft recht op goede werkomstandigheden, los van enige discriminatie, met een eenvormige eerlijke verloning voor de arbeid die door een betrouwbare syndicale bijstand wordt verdedigd.

“2012 wordt ook een feestjaar, met de viering van 120 jaar liberaal syndicalisme, het veertigjarig bestaan van het VSOA en het 85-jarig bestaan van de syndicale beweging in de openbare diensten.”

2012 wordt op syndicaal vlak geen gemakkelijk jaar. De regering Di Rupo heeft zich voorgenomen om de tering naar de nering te plaatsen. Door de financiële crisis en de economische recessie zullen er zware besparingen volgen. Dit doet zij vooral door het geld te halen bij de zwakkeren, lees ‘mensen die zijn tewerkgesteld in de openbare sector’. Wel we zullen in 2012 een vuist blijven maken naar iedereen die de openbare sector als een melkkoe blijft beschouwen. Wij zullen blijven strijden tegen een bepaalde pers die steeds extremistischer wordt en die sommige politici blindelings volgt in hun populistisch discours. Ik weet een zaak zeker: op syndicaal vlak zullen we in 2012 niet werkloos toekijken.

2012 wordt ook een belangrijk jaar voor het openbaar ambt. De ambtenaar ligt in de media en in sommige politieke partijen onder vuur. De overheid moet ook de broeksriem aanspannen en dus zullen gepensioneerde ambtenaren niet vervangen worden. Maar de vraag is of daarmee nog wel dezelfde dienstverlening kan verschaft worden.

De jongste jaren hebben moderne managementtechnieken bij de topmanagers in de overheidsdiensten hun intrede gedaan: evaluaties, veranderingsstrategieën, de overheid als een sexy werkgever.  Dit oogt allemaal mooi, maar is het altijd zo goed dat dergelijke wetmatigheden op het openbaar ambt worden toegepast ? De overheid heeft als werkgever in vele gevallen een sociale functie waarbij vooral de ‘civil servant’- gedachte moet in het oog gehouden worden: de ambtenaar ten dienste van de burger. Wie in die context op zoek is naar winstbejag en doorgedreven opbrengstmaximalisatie bewijst de overheidsdienst geen goede dienst.

Vandaar dat ik het interview met de grote baas van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid Frank Van Massenhove in De Standaard van 7 januari zo ontluisterend vond: “Wat waren vroeger de redenen om ambtenaar te willen worden? De jobzekerheid. Dat is straks geen argument meer, want wie goed opgeleid is, zal kunnen kiezen uit verschillende werkgevers. Een tweede reden om ambtenaar te willen worden, waren de pensioenen. Maar ook dat blijft niet duren: in de privé zul je overal kunnen rekenen op een dergelijke tweede pijler”. Wel laten die jobzekerheid en het pensioen nu uitgerekend twee elementen zijn waarvoor we zullen blijven strijden, meneer Van Massenhove. Zeker in 2012.

Jan Eyndels
Algemeen voorzitter