Congres VSOA 2012

Het Vrij Syndicaat van het Openbaar Ambt, VSOA, heeft tijdens een congres in Brussel op zaterdag 16 juni 2012 zijn veertigjarig bestaan gevierd. Gastsprekers waren Europarlementslid Guy Verhofstadt en MR-voorzitter Charles Michel. Na afloop van het congres werden enkele trouwe militanten die met pensioen gaan of die 25 jaar afgevaardigde waren geëerd met een kunstwerk. Het VSOA tekende tijdens het congres zijn nieuwe toekomst uit.


Algemeen Voorzitter Jan Eyndels pleitte in zijn toespraak voor een modern, verantwoord en volwassen syndicalisme: “Wij zullen maar succesvol blijven indien wij ons kunnen onderscheiden van de twee andere vakbonden. En dit onderscheid ligt vooral in de individuele benadering van onze dienstverlening. Wij zijn echte sociale werkers.”

Toespraak Algemeen Voorzitter Jan Eyndels

Het congres werd in goede banen geleid door VSOA-ondervoorzitster Anny Swaertebroekx, met de steun van secretaris-generaal Henk Herman.

Op het congres waren ook de oud-voorzitter Marcel Ongena en de oud-secretaris-generaal Guy De Witte aanwezig.
De aanwezigheid van honderden militanten, een receptie en een rijkgevuld walking dinner deden de rest.

 

Het VSOA-congres begon met de verslaggeving van de voorzitters van de drie werkgroepen.


Werkgroep 1 : Het VSOA en zijn toekomst

François Fernandez-Corrales leidde werkgroep 1 over het VSOA en zijn toekomst. In vier resoluties eist het VSOA dat de overheden alle nodige maatregelen nemen om een maximale bescherming te waarborgen voor de ambtenaren die werken in de sectoren die blootgesteld worden aan geweld. Verder eist het VSOA vóór iedere discussie over de index waarborgen over het behoud van de koopkracht van de werknemers. Het VSOA verzet zich tegen elke nieuwe hervorming van de pensioenen, indien voorafgaandelijke waarborgen over onder andere de perequatie en de inachtneming van de moeilijkheid van de functies niet definitief zijn vastgelegd. Ten slotte vraagt het VSOA een ware sociale dialoog die constructief is en in het belang van de werknemers.
In een snel evoluerende maatschappij en in de context van de staatshervorming moet het VSOA zijn standpunt bepalen in een aantal zeer actuele dossiers: het congres behandelde vier thema’s: de veiligheid, het behoud van de index, het pensioen van de ambtenaren, de minimumdienst. Het VSOA staat voor een modern syndicalisme.
Inzake de minimale dienstverlening is het VSOA van oordeel dat er te gemakkelijk vergeten wordt dat staken een individueel recht is en dat dit voor de vakbonden het laatste middel is om hun stem te laten horen. Voor het spoor verwerpt het VSOA het opleggen van een minimumdienst, maar eist daarentegen voor de klanten en de werknemers van de onderneming een maximumdienst per spoor. Het VSOA gelooft eerder in versterking van de sociale dialoog en het oplossen van sociale conflicten.

Integrale tekst "Werkgroep" 1


Werkgroep 2 : Het openbaar ambt in België

De tweede werkgroep werd geleid door Marc De Mulder en belichtte het openbaar ambt in België. Het VSOA zal er alles aan doen om het openbaar ambt opnieuw elan te geven, zodat men ‘opnieuw trots kan zijn, ambtenaar te zijn’. Elk overheidspersoneelslid - statutair en contractueel - heeft recht op een gelijkwaardige behandeling en het doel moet zijn om opnieuw te evolueren naar één statuut voor alle medewerkers in dezelfde dienst. Inzake de modernisering van het ambtenarenstatuut is het VSOA gewonnen voor ‘een statutaire tewerkstellingsovereenkomst’. Er moet een soort van kader komen dat een basis biedt voor een kwaliteitsvolle dienstverlening; een kader dat een grotere mobiliteit tussen de verschillende overheidsinstellingen mogelijk maakt en voldoende soepelheid biedt om aan de steeds snellere evolutie van de maatschappij het hoofd te kunnen bieden. Het VSOA zet zich af tegen het in dienst nemen van goedkope contractuele werkkrachten bij de overheid. Bij hen is er een enorm verloop en daardoor kan de continuïteit niet gegarandeerd worden. In het kader van haar sociale rol moet de overheid ook ‘incentives’ ontwikkelen die een eerste werkervaring bieden aan jongeren. Een grondige opleiding en scholing voor en tijdens de statutaire loopbaan is onontbeerlijk.

Integrale tekst "Werkgroep" 2


Werkgroep 3 : Het openbaar ambt in Europa

De laatste werkgroep ging over Europa en werd geleid door Bernard Noël.
De openbare diensten worden rechtstreeks getroffen door de ontwikkelingen op Europees vlak. In sommige gevallen zijn deze al nadelig gebleken voor de kwaliteit van de diensten omwille van de toenemende privatisering en de concurrentiestrijd die ze hebben teweeggebracht. De Europese Unie blijft niettemin ijveren, binnen het Europees sociaal model, voor een minimale bescherming van de rechten van de werknemers, voor de gelijkheid van kansen en voor de sociale dialoog. Het VSOA eist dat er nu eindelijk lessen zouden worden getrokken uit de vastgestelde ontsporingen van de privatisering van overheidsdiensten. Het uitdiepen van het Europees integratieproces kan slechts gebeuren mits een actieve rol van de vakbonden, zowel op het niveau van het overleg als bij de uitvoering van de maatregelen.

Integrale tekst "Werkgroep" 3


Onafhankelijkheid

Het VSOA sprak zich ook uit voor onafhankelijkheid tegenover politieke partijen, en inzonderheid tegenover de liberale partijen. De representatieve werknemersorganisaties moeten een totaal onafhankelijke houding kunnen aannemen, zowel  tegenover de ideologische als de tactische politieke actie. Dit belet echter niet dat een samenwerking op gelijke basis mogelijk moet zijn om gemeenschappelijke belangen te kunnen bespreken.

Eén economisch Europa

Nadien volgden de toespraken van de gastsprekers Europarlementslid Guy Verhofstadt en MR-voorzitter Charles Michel. Verhofstadt herinnerde aan de lange strijd van het VSOA om erkend te worden als representatieve vakbond. Dat gebeurde in 2002 toen Verhofstadt premier was. “De strijd van het VSOA in het openbaar ambt is niet eenvoudig omdat men met twee vakbonden zit, de christelijke en de socialistische die erg polariseren,” wist Verhofstadt. Bovendien is de strijd niet evident omdat het openbaar ambt af te rekenen krijgt met een overheid die moet besparen.
Verhofstadt pleitte voor een economisch eengemaakt Europa. “Er moet één Europese regering komen die de financiële crisis aanpakt en waarbij iedereen met de neuzen in dezelfde richting staat. Een staat kan zonder munt, maar er is geen munt zonder staat.” Hij herhaalde zijn pleidooi voor de uitgifte van Euro-obligaties.

Tegen casinokapitalisme

Charles Michel schetste de politieke toestand in België de voorbije jaren. Eerst hadden we jaren met stabiliteit onder premier Verhofstadt. Dan werd er het kartel CD&V-N-VA gevormd dat ons land in een communautaire ruzie stak wat leidde tot instabiliteit. De liberalen werden door de tandem Di Rupo-De Wever aan de kant gezet, maar moesten uiteindelijk toch nog op het toneel komen om een regering te vormen. Inzake de binnenlandse politiek had Michel het over de moeilijke financiële situatie met de schuldafbouw en de saneringen, het moeilijke evenwicht tussen bezuinigen en het opnieuw opkrikken van de economie, de activering van werklozen en de structurele hervormingen in de pensioenen en de aanpak van de bancaire crisis. Michel zette zich resoluut af tegen het ‘casinokapitalisme’ en brak een lans voor duidelijke regels voor de banken.

Sterk en actief syndicalisme

VSOA-voorzitter Jan Eyndels begon zijn toespraak met uitgebreide loftuitingen aan het adres van ACLVB-voorzitter Jan Vercamst voor zijn overwinning tijdens de sociale verkiezingen. “Want hij heeft met de ACLVB een prachtprestatie neergezet. Voor het eerst, beste vrienden, gaat ACLVB over de tien procent, nog beter, zij haalden  11.3 procent.”
Wat Europa betreft, wil de voorzitter een sociaal Europa: “Een Europa dat in deze crisistijden afstand neemt van de huidige door Duitsland opgelegde enge besparingsstrategie en dat durft in te zetten op economische groei. De dramatisch groeiende werkloosheidscijfers in talrijke Europese landen spreken voor zich. Slechts door de creatie van nieuwe banen, samen met een doordacht budgettair beleid, kan men tot een heropleving komen. Wil men de consumptie verhogen dan moeten de mensen  eerst terug geld verdienen, alvorens ze het kunnen uitgeven. Een sterk en actief syndicalisme, ook internationaal, is dus meer dan ooit een essentiële noodzaak om tot een sociaal Europa te komen.”
Voorzitter Eyndels had het verder over de pensioenhervorming: “Wij zijn niet tegen een hervorming van de pensioenen, maar wij zijn wel tegen de overhaaste beslissingen van één minister, waarbij er over fundamentele menselijke aspecten die het gevolg zijn van het langer werken, volgens ons niet grondig genoeg is nagedacht.” Hij had het ook over het dalend respect voor mensen die een openbaar ambt bekleden: “Er is in onze samenleving geen respect meer voor het publieke ambt. En daar moeten wij ons radicaal tegen verzetten. Wij kunnen daar geen duimbreed toegeven. De overheid heeft de plicht haar gezagsdragers te beschermen en de belagers streng te straffen. Justitie dient haar verantwoordelijkheid op te nemen, niet alleen door strenge straffen uit te spreken tegenover diegenen die mensen met een openbare functie aanvallen, maar ook en vooral door die straffen te laten uitvoeren.”

Sociale werkers

Ten slotte pleitte hij voor een modern syndicalisme: “En dit onderscheid ligt vooral in de individuele benadering van onze dienstverlening. Wij zijn als echte sociale werkers. Wij zijn er voor onze leden, en enkel voor onze leden. Zij vragen om te worden geholpen. De individuele dienstverlening is de toekomst van het syndicalisme, samen met een participatief syndicalisme waar werkgevers en werknemers elkaar kunnen vinden in een win-win situatie.”



Aan het einde van het congres werden nog enkele verdienstelijke militanten geëerd met een kunstwerk.
Enkele van hen gaan met pensioen, anderen waren 25 jaar in dienst als afgevaardigde.

Fotoreportage