


Dat het personeel van Defensie zich in de steek gelaten voelt is onmiskenbaar. Defensie wordt immers geconfronteerd met een steeds groter wordende kloof tussen de ambities op operationeel niveau en de financiële bestedingen. Het regeerakkoord Leterme I voorzag in een voortzetting van de hervorming van Defensie met het oog op een jonger, doeltreffender, beter uitgerust en beter inzetbaar leger. De werkelijkheid op het vlak van de begroting heeft echter roet in het eten gestrooid.
Het strategisch plan 2000-2015 voorzag in een bijkomend budget van vier maal 1,6 miljard Belgische frank voor de financiering van een operatie die moest leiden tot een verjonging van het personeelsbestand. Maar dat bijkomend budget werd uiteindelijk nooit toegekend. Bovendien is bij de jaarlijkse begrotingscontroles de rol van Defensie steeds onveranderd gebleven. In de feiten diende het defensiebudget uiteindelijk slechts alleen nog als variabele waarmee onze regering haar begrotingen sluitend kon maken, met alle gevolgen van dien voor het personeel, de werking en de investeringen.
Het transformatieplan van De Crem vormde hierop geen uitzondering : om 100 miljoen euro te besparen werden talrijke kwartieren opgedoekt. Tegen welke prijs voor het personeel? Langere verplaatsingen voor meer dan 7000 personeelsleden, het ontstaan van het fenomeen van de geografische vrijgezel, de ontworteling van het personeel en hun gezinnen met als gevolg een vermindering van de koopkracht … Dit alles heeft een aanzienlijke psychosociale belasting veroorzaakt voor het personeel, belasting die zelfs kon gaan tot verdoken ontslagen.
Tijdens de ambtstermijn van De Crem werden er al te weinig prioritaire programma’s voor aankoop van materieel tot een goed einde gebracht. Het resultaat daarvan is een verregaand structureel investeringstekort dat zorgt voor een continue en sluipende teloorgang van bepaalde capaciteiten. Wij kunnen niet aanvaarden dat, door dit gebrek aan middelen, de voorbereiding en de veiligheid van onze militairen die operationeel worden ingezet, in ernstige mate in het gedrang komen. Het is de plicht van de regering, die beslist over onze internationale inzet op gevaarlijk strijdtonelen, om ook te voorzien in de nodige minimummiddelen zodat een Defensieminister zijn departement ook daadwerkelijk kan beheren.
Wij blijven ijveren voor een stabiel arbeidsklimaat en een betere toekomst voor alle personeelsleden, of ze nu burgers zijn of militairen. Het welzijn van de werknemers is onze prioriteit. Wij ijveren ook voor een constructieve samenwerking en dialoog met de overheden op alle niveaus, met voldoende aandacht voor synergieën en voor wederzijds respect tussen de verschillende doelgroepen.
Deze visie past in een beleid dat mikt op duurzame ontwikkeling, dat in alle bedrijven toepasbaar is.
Duurzame ontwikkeling is een beleidsvorm die de ambitie heeft om te voldoen aan de elementaire behoeften, aan de materiële en fundamentele behoeften van de huidige generaties zonder het vermogen van toekomstige generaties om te voldoen aan hun behoeften in het gedrang te brengen. Dit moet gebeuren door economische, maatschappelijke en ecologische bekommernissen met elkaar te verzoenen. Het doel is dus te komen tot een ontwikkeling die economisch doeltreffend en sociaal rechtvaardig is en die ook vanuit het oogpunt van het milieu vol te houden is.
Het is een beleid dat de natuurlijke grondstoffen en de ecosystemen respecteert en dat tegelijk economisch doeltreffend is zonder evenwel de sociale doelstellingen uit het oog te verliezen, zijnde de strijd tegen kansarmoede en de hang naar rechtvaardigheid.
Duurzame ontwikkeling wil de participatieve democratie bevorderen en de burgerbetrokkenheid nieuw leven inblazen. Onontbeerlijke voorafgaande voorwaarden hiervoor zijn toegang tot informatie en transparantie. Om tegemoet te komen aan de gerechtvaardigde behoeften van het personeel pleit VSOA-Defensie ervoor om de huidige richtsnoeren van de Belgische Defensie te versterken door er de vereisten van de fundamentele regels van duurzame ontwikkeling in te integreren.
Dit komt neer op de bevordering van :
1. De ontwikkeling en opwaardering van het personeel bevorderen door :
2. De bescherming van het personeel bevorderen door :
3. De eco-mobiliteit van het personeel bevorderen door :
4. De eco-organisatie van het werk van het personeel bevorderen door de invoering van :
5. De voorwaarden tot uitoefening van syndicale rechten bevorderen door :