Eerste toepassing centenindex

centenindex
10.09.2026

De spilindex werd in juni 2026 overschreden. Daardoor stijgen de brutomaandwedden van de personeelsleden in de openbare sector vanaf 1 september 2026 met 2%. 

Let wel, sinds 1 juni 2026 is bovendien de centenindex van toepassing. Dit mechanisme voert een plafond in voor de indexering van de bruto refertelonen hoger dan 4.000 euro per maand.

Ter herinnering, de centenindex, een politiek initiatief tijdens de begrotingsopmaak eind vorig jaar, zal de indexering van de (middel)hoge lonen, pensioenen en uitkeringen tweemaal aftoppen. Men noemt het een tijdelijke loonmatiging  gedurende de periode 2026-2028. In realiteit is het niet meer dan een asociale maatregel met een directe negatieve impact op de koopkracht van alle burgers. Alleen wie een loon ontvangt lager dan 4.000 euro bruto (of 2.000 euro voor gepensioneerden) wordt gevrijwaard. 

Voor de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt zijn de praktische regels opgenomen in de Omzendbrief nr. 769 van 26 juli 2026. Deze omzendbrief regelt onder meer de toepassing van de tijdelijke loonmatiging, de definitie van het referteloon en de praktische modaliteiten.

Het VSOA betwijfelt echter of de centenindex ook moet worden toegepast op toelagen en vergoedingen die worden berekend op basis van het referteloon. Dit kan onder meer gevolgen hebben voor het vakantiegeld en de eindejaarstoelage.

Door de loonmatiging worden de weddeschalen van het federale overheidspersoneel namelijk niet aangepast. Bovendien maken toelagen en vergoedingen geen deel uit van de bezoldiging zoals die in de regelgeving wordt gedefinieerd. Het KB van 13 juli 2017 voorziet in een afzonderlijke indexering van toelagen en vergoedingen en niet in een berekening op basis van een geïndexeerde bezoldiging.

Voor het VSOA is het dan ook niet duidelijk op welke juridische basis de centenindex op deze toelagen zou kunnen worden toegepast. Daarom stapt het VSOA naar de Raad van State om de Omzendbrief aan te vechten.

 

Voor het overige overheidspersoneel zijn er mogelijk specifieke richtlijnen van toepassing afhankelijk van het overleg binnen de eigen sector.