Een terugblik op de voorbije regeerperiode

gemistekans
06.05.2024

 

Een beleid van gemiste kansen

Op zondag 9 juni 2024 worden er Europese, federale en regionale verkiezingen georganiseerd. De gemeenteraads- en provincieraadverkiezingen zullen plaatsvinden op zondag 13 oktober.

Na de vorige federale verkiezingen van 26 mei 2019 duurde het nog tot 1 oktober 2020 voor de regering De Croo, 494 dagen na de verkiezingen, het licht zag.

De trieste vermelding in het Guinness Book of Records van langste formatie aller tijden die België in 2011 na 541 dagen verdiende, werd niet verbeterd. Laat ons hopen dat dit record nu niet verbroken wordt.

De huidige legislatuur duurt in principe tot 30 april 2024. Daarna wordt de Kamer ontbonden en geldt er tot de verkiezingen een periode van voorzichtige zaken of lopende zaken totdat de nieuwe regering de eed aflegt.

Tijdens de lopende zaken kan de regering enkel spoedeisende maatregelen nemen die nodig zijn om het bestuur van het land voort te zetten, maar geen nieuwe regeringsinitiatieven met een budgettaire impact. Het administratieve beheer van ons land draait intussen normaal voort, dankzij de ambtenaren.

Het is tijd om de balans op te maken over het beleid van deze regering en haar ministers tegenover het openbaar ambt tijdens een regeerperiode van amper 4 jaar.

Bij de regeringsverklaring van 3 oktober 2020 voor de Kamer van volksvertegenwoordigers die bijeen kwam in de zetel van het Europees Parlement, waar de afstandsregels in het kader van de coronapandemie gewaarborgd konden worden, riep Premier Alexander De Croo op tot "herstel van het vertrouwen" en beloofde hij regeringswerk dat "constructief, betrouwbaar en respectvol" zou zijn.

De belangrijkste uitdaging was toen en is nog steeds: Hoe krijgen we onze begroting op orde?

In het luik overheid en ambtenarenzaken van het regeerakkoord legde de regering de nadruk op rationaliseren, harmoniseren, vereenvoudigen, digitaliseren… Tegelijk wil men streven naar een modern en competentiegericht personeelsbeleid dat werknemers meer opleidings- en ontwikkelingskansen biedt. Het moet de overheid toelaten sneller en wendbaarder adequate profielen te werven om haar kerntaken te vervullen. Daarbij wordt de mobiliteit binnen de federale overheid gefaciliteerd.

De woorden rationalisering, harmoniseren en makkelijk en wendbaar personeel aanwerven deden ons alvast de wenkbrauwen fronsen.

De eerste gesprekken met de nieuwe minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven, Petra De Sutter (Groen!), waren constructief en het belang van en respect voor de sociale dialoog werden benadrukt.

Van maart 2020 tot maart 2022 golden er coronamaatregelen.

Tijdens de gehele coronapandemie bewees het federaal openbaar ambt een essentiële sector te zijn en gaven de ambtenaren – en uiteraard ook onze contractuele personeelsleden – blijk van een enorm aanpassingsvermogen en een grote flexibiliteit om het land verder te laten draaien.

Telewerk werd voor velen de norm, maar niet voor iedereen. De douaniers bleven actief aan de grenzen en op het terrein. Het personeel van Fedorest nam logistiek taken op zich en zorgde voor ontsmetting van de werkposten, zodat ook de werkzaamheden op kantoor konden worden voortgezet. Anderen hielpen bij de scanning mee aan de verdere digitalisering van de dossiers in het kader van de managementdoelstelling dat de belastingdiensten tegen 2025 volledig digitaal en papierloos zouden moeten functioneren.

Enige tekenen van waardering voor het geleverde werk tijdens de COVID-crisis waren er niet.

Integendeel, de werkdruk verhoogde almaar als gevolg van een steeds krapper wordende personeelsbezetting. Dit als gevolg van blijvende lineaire besparingen en een voortdurende afbouw van personeelsbudgetten.

De regeringen van ons land hadden bij de eerste corona-lockdown zoveel geld moeten uitdelen dat er niets meer kon voor het eigen personeel.

Premies voor de essentiële sectoren binnen het Openbaar Ambt die op het terrein actief bleven, kwamen er niet. In tegenstelling tot de private sector werd zelfs aan de gezondheidszorgbeoefenaars binnen het federaal openbaar ambt niets toegekend.

Een sectoraal akkoord.

In februari 2021 nodigde minister De Sutter ons niettemin uit onze verwachtingen te bezorgen en kondigde ze aan tegen midden 2021 een sectoraal akkoord te willen afsluiten. De representatieve syndicale organisaties bezorgden hun eisenbundel aan de minister.

In mei en juni 2021 hadden wij intensieve gesprekken en werden er voor een aanzienlijk aantal aspecten heel concrete voorstellen geformuleerd. Daarna werd het windstil.

Pas in februari 2022 werden de besprekingen over het sectoraal akkoord voor het federaal openbaar ambt eindelijk hervat. Volgens de notificaties van de begrotingscontrole van maart 2022 zouden daartoe de nodige middelen worden voorzien bij de begrotingsopmaak 2023 in oktober 2022.

Aanvankelijk werd een budget van 305 miljoen euro becijferd.

Eind februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen. Deze invasie was ook de start van een exponentiële stijging van de energieprijzen. De energiecrisis en de onzekerheid over de toekomst werden onze gezellen bij de besprekingen over het sectoraal akkoord.

Toen de drie representatieve syndicale organisaties uiteindelijk op 30 juni 2022 een sectoraal voorakkoord voor het federaal administratief openbaar ambt ondertekenden met de minister van Ambtenarenzaken Petra De Sutter was er nog slechts sprake van 180 miljoen euro.

Een belangrijke doelstelling van dit akkoord was het federaal openbaar ambt opnieuw aantrekkelijker te maken door een meer marktconforme verloning toe te kennen. De federale overheid kampt immers voor veel functies met een probleem om de vacante betrekkingen in te vullen. In vergelijking met de private sector hebben de federale ambtenaren bijvoorbeeld geen volwaardige 13de maand en geen maaltijdcheques.

Dit voorakkoord omvatte enkele belangrijke maatregelen ter verhoging van de koopkracht:

- een bescheiden herziening van de weddeschalen met 2 %, voor het eerst sinds de Copernicushervorming van 20 jaar geleden;

- 100 % eindejaarstoelage voor de niveaus C en D en een verhoging van de eindejaarstoelage voor de niveaus A en B;

- de toekenning van maaltijdcheques met een waarde van 6 euro;

Daarnaast omvat dit voorakkoord ook heel wat andere elementen rond aanwervingspolitiek, werkorganisatie, opleiding welzijn en tuchtregeling.

Het geheel zou moeten leiden tot een daadwerkelijke herwaardering van de federale openbare sector.

Het tot stand komen van dit voorakkoord was een moeilijk en lang traject en ging gepaard met meerdere syndicale acties die de onderhandelingen moesten ondersteunen.

Bij het begrotingsconclaaf van oktober 2022 veegde de regering afspraken die gemaakt werden via het sociaal overleg en vastgelegd werden in het sectoraal voorakkoord van juni 2022 in één pennentrek van tafel.

Enkel maaltijdcheques met een waarde van 6 euro per effectief gepresteerde dag zouden worden toegekend vanaf 1 april 2024 en niet vanaf november 2022, zoals was voorzien in het sectorale voorakkoord.

Oze daaropvolgende acties konden geen verandering brengen.

Ondanks de beloftes van de Premier over een regeringswerk dat “respectvol” zou zijn, gold deze belofte niet voor het openbaar ambt.

Het was de openbare sector die de rekening diende te betalen voor de verschillende crisissen die de budgettaire evenwichtsoefening er niet eenvoudiger op hadden gemaakt.

Kort nadien besliste de ministerraad om een energiebesparingsplan voor federale overheidsgebouwen in te voeren. De temperatuur in al haar gebouwen moest worden verlaagd tot 19 graden en de medewerkers werden letterlijk in de kou gezet.

Ik ga verder met het overlopen van de realisaties en non-realisaties van deze regering, met betrekking tot het openbaar ambt.

Evaluatie

In 2022 werd ook het nieuw evaluatiesysteem ‘Symfonie’ ingevoerd.

De evaluatiecyclus werd vereenvoudigd en de link met de geldelijke loopbaan verdween. Onafhankelijk van de evaluatie gaat iedereen nu over van de eerste weddeschaal naar de tweede na 3 jaar en naar de volgende weddeschalen na 6 jaar of 5 jaar voor het niveau A.

Het nieuwe systeem zou moeten samengaan met de invoering van een open feedbackcultuur, gericht op het geven van permanente feedback, al dan niet geformaliseerd.

Indien er geen bijzondere verbeterpunten zijn, zou er slechts één formeel jaarlijks gesprek moeten plaatsvinden.

Indien er wel verbeterpunten zijn, kan aan het personeelslid een remediëringstraject worden voorgesteld, tijdens hetwelk er versterkte opvolging en begeleiding wordt voorzien.

Enkel de vermelding ‘onvoldoende’ bleef bestaan.

Ondertussen zagen wij de eerste concrete afgewerkte evaluatiedossiers en stelden wij vast dat het systeem niet werkt.

Door het wegvallen van de variatie aan vermeldingen wordt reeds bij het minste functioneringsprobleem overgegaan tot formele functioneringsgesprekken en remediëring – zeker in deze situaties waar de relatie tussen evaluator en personeelslid gespannen is – eerder dan gebruik te maken van de informele niet-gereglementeerde constructieve feedback.

De formalisering ontbreekt voor het feedback-luik dat er op gericht zou moeten zijn het personeelslid bij problemen via een positieve benadering te begeleiden in zijn professionele ontwikkeling en eventueel de mogelijkheid te bieden zich vrijwillig te heroriënteren onder een andere hiërarchische meerdere en/of in een andere functie.

Een gemiste kans!

Bureauvergoeding

Het jaar 2022 startte goed met de invoering van een bureauvergoeding van 30 euro voor personeelsleden die minstens 4 dagen per maand telewerken.

In 2023 werd deze 30 euro verminderd naar 16,89 en gekoppeld aan de index wat samen met de vergoeding voor communicatiekosten van 20 euro een totale vergoeding van 54,45 euro maakt. Een verbetering, maar onvoldoende om de werkelijke kosten te vergoeden van iemand die regelmatig telewerk verricht. Een gemiste kans.

Dat voor fiscale en sociale zaken een forfaitaire onkostenvergoeding wordt aanvaard die nu 151,70 euro bedraagt, maakt dat de federale personeelsleden het aalmoes dat zij krijgen, niet enkel als niet-respectvol, maar tevens als discriminerend ervaren.

Recht op deconnectie

Vanaf 1 februari 2022 werd het recht op deconnectie ingevoerd zodat medewerkers tijdens hun vrije tijd enkel kunnen worden gestoord voor uitzonderlijke en onvoorziene werk-gerelateerde zaken die niet kunnen wachten tot de volgende arbeidsperiode.

‘Work-life-balance’ en anti-burn-out maatregelen

Ook was er aandacht voor het belang van een evenwichtige balans tussen privé en werk voor ouders en mantelzorgers. De mogelijkheid werd ingevoerd om voor zorgdoeleinden een flexibele werkregeling aan te vragen, wat echter geweigerd kan worden omwille van dienstnoodwendigheden.

Het omstandigheidsverlof werd ingevoerd voor pleeggezinnen.

Onder het mom van een gelijkstelling tussen statutairen en contractuelen werd de mogelijkheid om onbezoldigd verlof te nemen voor dwingende redenen van familiaal belang van 45 dagen teruggebracht naar 20 dagen, dit ondanks een non-regressie bepaling in de Europese richtlijn.

De eerdere verhoging van het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling van 10 naar 20 dagen en de verhoging van het uitzonderlijk verlof van 4 naar 5 dagen als zorgverlof konden deze verlaging zelfs niet gedeeltelijk compenseren, daar de redenen voor toekenning van deze verloven verschillend zijn.

Onbegrijpelijk en opnieuw een gemiste kans.

De definitieve demotie werd ingevoerd als wondermiddel tegen burn-out. Alsof het werken in een lagere klasse of een lager niveau per definitie een verlaging zou inhouden van de verantwoordelijkheden of van de stressfactoren.

Dat de ambtenaar die tijdens de evaluatie de vermelding “onvoldoende” kreeg, uitgesloten blijft is een gemiste kans omdat het vernieuwde mechanisme van demotie juist een oplossing kan bieden voor de ambtenaar die via de evaluatie en desgevallend via een remediëringstraject, ter goeder trouw tot het besef komt dat deze zijn of haar huidige functie niet meer aankan.

Het kader werd gecreëerd voor de invoering van de voltijdse vierdaagse werkweek en het wisselende weekregime.

Ook aan de mobiliteit werd gedacht.

De managers werden niet vergeten en kregen een extra mobiliteitsbudget.

Hun personeelsleden die voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de werkplaats het gemeenschappelijk openbaar vervoer niet kunnen gebruiken, wachten nog steeds op een verhoging van de compenserende vergoeding.

En laatst kregen we op de onderhandelingstafel een project voor fietslease waar enkel de private leasingfirma beter van wordt.

Meer opleiding en een scholingsbeding

Het opleidingsrecht en ook de plicht om zich via opleiding verder te ontwikkelen, wordt op gemiddeld minimum 5 dagen per jaar gebracht.

Daarnaast werd ook de mogelijkheid voorzien om een scholingsbeding in te voeren voor duurdere opleidingen.

Selecties en bevorderingen

Deze regering nam nieuwe initiatieven om het principe van de statutaire aanwerving in het federaal administratief openbaar ambt af te bouwen door uitbreiding van de uitzonderingsregels voor contractuele werving voor de zogenaamde “uitzonderlijke en tijdelijke behoeften” en “bijkomende of specifieke opdrachten”.

Er werd een beroep ingediend bij de Raad van State wat hopelijk zal leiden tot een vernietiging.

Voor het VSOA vervult het openbaar ambt per definitie de uitoefening van het openbaar gezag. Statutaire aanwerving en tewerkstelling moeten de regel blijven bij de overheid omdat het statuut en het algemeen belang hand in hand gaan. Statutaire tewerkstelling staat ook borg voor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid bij een correcte uitvoering van de wetgeving en tegelijk gaat ze politieke inmenging, belangenvermenging en willekeur tegen.

Er werd een positieve maatregel genomen om contractuelen aan te moedigen om statutair te worden door hen onder bepaalde voorwaarden vrijstellingen toe te kennen zodat zij enkel moeten slagen op de laatste module van een vergelijkende selectie. De Raad van State formuleerde echter principiële opmerkingen, zodat het onzeker is of deze maatregel er daadwerkelijk komt.

Voor de aanwerving van personen met een handicap werd het kennismakingstraject ingevoerd en komen er bijkomende inspanningen om de 3%-norm te behalen.

Er werd vergaande delegatiemogelijkheid ingevoerd om aan federale diensten toe te laten, via gecertificeerde personen, niet enkel testen te organiseren en af te nemen, maar zelfs om testinstrumenten te ontwikkelen.

Een dergelijke ver doorgedreven delegatie houdt een risico in tot wildgroei en ongelijke behandeling van kandidaten binnen het gehele federaal openbaar ambt.

Er kwamen ook specifieke maatregelen voor ‘hoogvolumefuncties’ en ‘knelpuntfuncties’, met name een versnelde en eenvoudigere selectieprocedure, de zogenaamde ‘fast-lane’ en valorisatie van nuttige ervaring wat toelaat om statutair te worden aangeworven is een hoger niveau, met een lager diploma en een minimum aantal jaren ervaring.

Dit laatste tot frustratie van de ambtenaren die reeds voor dezelfde functie in dienst zijn en dus zeker relevante ervaring hebben, maar die om te kunnen bevorderen een moeilijk en langdurend examentraject moeten afleggen.

Een algemene geïntegreerde visie over de aanwervings- en bevorderingsproblematiek ontbreekt echter. Nog een gemiste kans!

Het VSOA wees opnieuw op de noodzaak om via de reguliere procedures duurzaam te investeren in statutair personeel. De huidige problematiek van personeelstekorten is tot stand gekomen door jarenlange continue lineaire besparingen op de personeelsenveloppes. Het gevolg is een steeds krapper wordende personeelsbezetting wat zorgt voor kritische situaties op de operationele diensten. Om getalenteerd personeel aan te trekken en te behouden moet het beleid gericht zijn op een competitieve verloning en een aantrekkelijk statuut.

Als volgend project werd er een crisisreserve gecreëerd dat voorziet in een automatisme op personeelsleden aan een andere overheidsdienst ter beschikking te stellen ten koste van diensten die nu al kampen met een krappe personeelsbezetting.

Maaltijdcheques

Eind februari 2024 krijgen de meeste personeelsleden van de FOD Financiën eindelijk hun eerste maaltijdcheques op basis van hun prestaties die voor januari 2024 werden geregistreerd in Persopoint.

Voor elke dag waarop prestaties werden verricht, wordt een maaltijdcheque van 6,00 euro toegekend.

Er zal per toegekende maaltijdcheque een inhouding gebeuren op de netto-wedde van 1,09 euro voor de werknemersbijdrage. De bijdrage van de werkgever bedraagt 4,91 euro.

Het benodigde budget voor de invoering van maaltijdcheques werd bovendien slechts gedeeltelijk toegekend. 25 % van de kosten moet intern worden gezocht onder andere door een hervorming van de bedrijfsrestaurants via optimalisering en uniformering van de cateringactiviteiten. Hierbij is er sprake van om Fedorest om te vormen tot een VZW, wat wij als VSOA geen goed idee vinden. Dit project ligt momenteel nog ter studie en wordt doorgeschoven naar de volgende regering.

De minister van Ambtenarenzaken schafte vanaf 1 januari 2024 de dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding voor dienstreizen in België af. Deze forfaitaire vergoeding bedroeg 10 euro per dag, geïndexeerd actueel 20,40 euro per dag.

De invoering van maaltijdcheques dreigt aldus te resulteren in een belangrijk financieel verlies voor rondreizende personeelsleden die een forfaitaire dagvergoeding genoten.

Een gemiste kans!

 

Stefaan Slaghmuylder
Voorzitter VSOA-Financiën
Woordvoerder delegatie Comité B