Afscheid van postman Marc De Mulder

Post betoging
17.01.2020

Algemeen voorzitter van VSOA-Post Marc De Mulder ging met pensioen

“Ik zocht altijd naar het evenwicht”

Hoe kan je nog meer postman zijn dan wanneer je in een postkantoor bent geboren? In de kleuterklas werd hij “Marc Post” gedoopt. Grootvader was postmeester, zijn groottante, Irma, ook. En dan kwam Marc die een familietraditie voltooide. Op 1 december ging Marc De Mulder met pensioen. Meer dan dertig jaar bij het VSOA, 14 jaar voorzitterschap van de groep VSOA-De Post laat Marc nu achter zich. Een nieuwe uitdaging wenkt: een bed-and-breakfast in de Ardennen ook toegankelijk voor vakantiegangers met een fysieke beperking. Een huis zonder drempels, zoals zijn vakbond.

U hebt als vakbondsman altijd een goede relatie gehad met de leiding van bpost. Wat was uw geheim?
“Het is altijd zoeken geweest naar het juiste evenwicht. U moet weten dat bpost steeds in een zeer sterke Europese concurrentiële positie heeft gezeten. De deur naar schijnzelfstandigheid en andere nepstatuten stond altijd op een kier. Bpost is een bedrijf dat een kans op volwaardige tewerkstelling kan bieden. Stel dat bpost morgen verdwijnt, dan zullen al die werknemers met veel capaciteiten in slechte statuten verdwijnen. Daarom moet men er het beste van maken, altijd zoeken naar oplossingen, en dus met de leiding van het bedrijf goed samenwerken, voor het behoud van de werkgelegenheid. Zonder het bedrijf in de problemen te brengen. En als het fout liep, was dat niet altijd de schuld van het bedrijf, maar van de politieke verantwoordelijken die niet de juiste regels uitwerkten.”

“Als bpost wil overleven, moet er aan de tewerkstelling worden gewerkt. Dat is de beste garantie voor het bedrijf”

U hebt met zwaargewichten zoals Johnny Thijs moeten onderhandelen. Dat was toch niet eenvoudig?
“Zijn voorganger Frans Rombouts was begonnen met de uitverkoop van sommige delen van de Post. Mijn discussies met Thijs zijn terug te brengen tot personeelstekort en gebrek aan middelen. Dat was natuurlijk een manier om te besparen. De aandeelhouders werden altijd goed gepamperd, maar de postbode stond figuurlijk en letterlijk in de kou. Ik botste af en toe wel eens met Thijs. Ooit zei hij mij: “Ik respecteer uw mening, maar ik moet doen hetgeen ik doe.” Hij kwam ooit met het idee om studenten en huisvrouwen in te schakelen voor de postbedeling. 
Het waren een soort van tweederangsfacteurs. Ik heb toen echt op mijn poot gespeeld om tot een aanvaardbaar compromis te komen.”

 

Hebt u stakingen georganiseerd?
“Vorig jaar hebben we meegedaan aan de algemene novemberstaking. Er was een grote vertrouwensbreuk tussen het personeel en de directie. De werkdruk was niet meer aanvaardbaar. Verder zijn er wel wat kleinere stakingen doorheen de jaren geweest. Waar mogelijk deden wij dit in gemeenschappelijk front. We hebben zelfs samen met vakbonden en het bedrijf de strijd gevoerd tegen een te snelle openstelling van de postmarkt in België. Het gevecht voor een “social level playing field“ voor de postoperatoren, was een reeks van acties waardoor we er vandaag nog staan! Onze noorderburen, zowel Nederlanders als Denen hebben heel andere schokken moeten doorstaan dan wij! En dat is de grootste verdienste van dat gemeenschappelijk front in samenwerking met de toenmalige leiding van het bedrijf!” 

Waarmee gaat uw opvolger als voorzitter van de groep De Post geconfronteerd worden?
“Het dossier van de vermindering van het aantal dagen uitreiking per week komt eraan. Het verschil tussen dringende en niet-dringende post. De brieven die de dag nadien moeten besteld worden, zullen duurder worden. Dus zal men meer brieven verzenden met een latere besteldatum, langer dan één dag. Bpost bereidt deze evolutie wel voor. In Denemarken komt de postbode slechts één keer per week langs. Als bpost dit wil overleven, moet er aan de tewerkstelling worden gewerkt. Dat is de beste garantie voor het bedrijf. Bpost moet ook verder werken aan de bestelling van de pakjes. We moeten het personeel ervan overtuigen om hard te werken voor die pakjesdienst. Dat is de toekomst. De briefbestellingen zullen blijven dalen dus moeten andere markten aangeboord worden. In de beste werkomstandigheden. Het gevaar is de komst van een tweede circuit, en dan is het gedaan met de Post. Er is inderdaad concurrentie van het buitenland in de pakjesmarkt, maar de vakbond moet op Europees niveau de goede tewerkstellingsvoorwaarden voor alle bedrijven eisen. Er is wel een nieuw element: het klimaat! Bpost zou een innovator kunnen zijn van de ecologisch verantwoorde postbedeling. Kijk naar Oostenrijk: alle bedrijven leveren hun pakjes voor de steden op een verdeelcentrum buiten de stad af. Van daaruit bezorgt de Post de pakjes bij de bestemmelingen.”

Gaat bpost niet met te veel postbodes zitten? De situatie is te vergelijken met die van Proximus.
“De digitalisering is niet tegen te houden. Bpost moet die evolutie realistisch bekijken en vooruitkijken. De e-commerce beleeft een enorme boost. Dat biedt nieuwe uitdagingen voor bpost. Ik denk niet meteen aan scenario’s zoals bij Proximus. Bovendien ga je toch altijd een handmatige postbedeling blijven behouden. Tja, digitalisering. Ik ben er niet zo voor. Ik bezocht onlangs een oude bibliotheek in Wenen, al die prachtige oude boeken. Wie schrijft die blijft. Een fotoalbum vergeelt misschien, maar de foto’s blijven. Vandaag maken we digitale foto’s, maar zullen ze ook zo’n lang leven hebben als die vergeelde beelden? Papier kan je beter doorgeven aan je volgende generatie, en het kan niet gehackt worden….”

U hebt altijd een bijzondere aandacht gehad voor de Duitstalige Gemeenschap in ons land. Hoe komt dat?
“Iedereen moet in een land dezelfde rechten hebben en dezelfde service krijgen waar hij ook woont. Diezelfde rechten waren er niet voor onze Duitstalige vrienden. Als zij aan een examen wilden meedoen, moest dat in het Frans. Want zij worden als Franstaligen beschouwd. Dit kon voor mij echt niet. Duits is ook een officiële taal. En daarom heb ik mij altijd voor hun rechten ingespannen. Ik kreeg de kans om een VSOA-antenne in Eupen op te richten, zoals in Roeselare. Ik beschouw dit als één van mijn grootste verwezenlijkingen.”

Als u een brief zou moeten schrijven, naar wie zou u dat dan doen en wat zou u schrijven?
“Oei, moeilijke vraag. Eh, ik schrijf op dit moment aan een boek over mijn leven bij de vakbond. Het zal een wat langere brief worden die door veel meer mensen kan worden gelezen. U moet weten dat ik uit een echte “Postfamilie” kom. Mijn grootvader, een oud-strijder uit de Eerste Wereldoorlog begon na de oorlog bij de Post. Mijn groottante werkte ook bij de Post. Ik ben in een postkantoor geboren en men noemde mij op de kleuterklas “Marc Post”. Mijn grootvader woonde als postmeester boven zijn postkantoor in Sint-Katelijne-Waver en mijn ouders betrokken de andere helft van de tweewoonst. Het waren andere tijden. Mijn grootvader had naast zijn bed een luik om de geldkoffer van zijn kantoor beneden in het oog te kunnen houden. Hij sliep altijd met een “dienstwapen”, een revolver, naast zijn bed. Het postkantoor was in die tijd het centrum van het dorp. Er stonden vaak rijen mensen aan onze deur om een brief te posten, hun pensioen af te halen, te sparen of hun betalingen te verrichten.”

U begon in 1988 bij het VSOA als sectorafgevaardigde voor Vlaams-Brabant. Hoe kwam u bij het VSOA terecht?
“Ik ben heel toevallig bij het VSOA gekomen, omwille van hun kwalitatief hoogstaande voorbereidingscursussen voor bevorderingsexamens. Ik begon als loketbediende in Sint-Katelijne-Waver. Na wat omzwervingen, ik werd zelfs nog postmeester in Sint-Katelijne Waver, zoals mijn grootvader, kwam ik in Schepdaal terecht. Daar kreeg ik een telefoontje van Jan Eyndels, mijn voorganger als voorzitter van de VSOA-groep De Post. Hij vroeg mij om de afgevaardigde Achiel Six op te volgen. Ik zegde toe. Gelukkig maar, want ik heb een heel mooi parcours voor het VSOA mogen afleggen.”

“Er was altijd wel iets om voor te vechten. Maar ik had een sterke ploeg rond mij. Fantastische mensen die ik eeuwig dankbaar blijf”

En dan werd u algemeen voorzitter van de groep De Post?
“Op het moment dat de Post op een belangrijk keerpunt kwam, is Jan Eyndels de derde voorzitter geworden. Maar zodra, enkele jaren later, de storm rond de overgang van Frans Rombouts als hoofd van de Post naar Johnny Thijs was gaan liggen, kreeg hij de gelegenheid om een stap hoger te klimmen en werd hij algemeen voorzitter. Het is op dat ogenblik dat hij mij gevraagd heeft om het roer voor de groep De Post over te nemen. Al was het geen echte cadeau, de Post en later bpost heeft in al die jaren weinig kalme wateren bevaren, er was altijd wel iets om voor te vechten. Maar ik had een sterke ploeg rond mij. Fantastische mensen die ik eeuwig dankbaar blijf.”

U bent ook de drijvende kracht geweest achter de gepensioneerdenbond van VSOA-De Post, de Blauwe Posthoorn?
“De bond bestaat tien jaar. Twee keer per jaar is er een uitstap en natuurlijk organiseren we een nieuwjaarsreceptie met een spreker die iets te vertellen heeft over het gepensioneerde leven. Je zou verbaasd zijn hoeveel gepensioneerden nog met de pensioenproblematiek in aanraking komen. Ik denk bijvoorbeeld maar aan het stelsel van de perequatie. Mijn medewerker Henk Clauwaert, een wandelend rekenwonder, was tot de vaststelling gekomen dat er een fout was gemaakt bij de berekeningen van de perequatie. Dank zij het VSOA kwam er een positieve correctie van de pensioenen. Om u maar aan te tonen dat een vakbond ook voor gepensioneerden zijn nut heeft. De bond is vooral een middel om de betrokkenheid van de leden ook na hun pensioen in stand te houden.”

En wat na de pensionering?
“De bedoeling is om in Wallonië met een vakantiewoning te beginnen, een bed-and-breakfast waar ook gasten met een fysische beperking kunnen verblijven. De woning zal aangepast zijn voor rolstoelgebruikers, met aangepaste badkamer en toilet, een vakantiewoning zonder drempel. Er is daar veel vraag naar. Bovendien komt mijn partner Veerle uit de zorgsector. We vullen elkaar goed aan. We zijn nu een huis aan het verbouwen, aan de oevers van de Semois. Het is voor ons een droom die uitkomt.”
Veel succes in de Ardennen!     

Interview: Bert CORNELIS

 

 

 

Foto’s Marc Smits