Interview met voorzitters VSOA en ACLVB: “Wij gaan voor ons eigen verhaal”

Banner
17.09.2025

Wat is het verschil tussen jullie vakbond en de andere vakbonden? Jullie pleiten voor de meer zachte aanpak, in plaats van de rauwe confrontatie op straat. Maar zal een hardere aanpak niet noodzakelijk zijn om de plannen van de Arizona-regering, bijvoorbeeld voor de pensioenen, tegen te houden? 

Patrick: “Wij geven altijd eerst de kans aan het sociaal overleg alvorens we tot actie overgaan. Wij komen met positieve voorstellen en schuiven zelf oplossingen naar voren. Denk maar aan mobiliteitsplannen of de verhoging van maaltijdcheques, iets waar ACLVB hard op ingezet heeft. En dat proberen wij ook te doen.”  

Gert: “Precies! We moeten proactief zijn en de lange termijn in het oog houden. Veel uitdagingen gaan verder dan België: geopolitiek, industrie, jobverlies. Daar maken veel mensen zich zorgen over en ze verwachten dat wij ook daar antwoorden op formuleren. Je kan altijd roepen langs de zijlijn, maar uiteindelijk zal je toch aan tafel moeten om te onderhandelen. Voor ons gaat sociaal overleg er ook om de stem van werknemers te laten doorklinken in politieke keuzes. Tegelijk moet je wel een stem geven aan de misnoegdheid van mensen, want die is reëel. Vandaar dat zowel wij als het VSOA in het verleden aan heel wat actie toch hebben deelgenomen.” 

Wat gaan jullie doen als de andere vakbonden toch beslissen om op straat te komen of te staken? 

Gert: “We moeten dan eerst bekijken over wat soort acties het concreet gaat. Gaat het om een grote manifestatie, zoals op 14 oktober, dan kan dit voor ons. Het zal die dag vooral over de carrières van mensen gaan, en daar is veel ongenoegen over. Maar ik ben niet voor acties die de industrie of de ambtenarij volledig platleggen. Dat kan alleen in laatste instantie, als overleg geen zin meer heeft en we enkel dovemansgesprekken voeren. 14 oktober moet dus een luide, misschien wel laatste roep zijn van werknemers. Maar op 15 oktober moet je weer rond de tafel, want alleen dáár kan je echt iets veranderen.” 

Patrick: “De acties waar wij aan hebben deelgenomen, leverden wel iets op. In januari vond er voor de openbare sector een themabetoging plaats. Het onderwijs heeft die betoging geclaimd. De actie had wel voor gevolg dat de loopbaan in het onderwijs zwaarder zal wegen in het berekenen van het pensioen. Dat bewijst dat gerichte acties wel degelijk effect hebben.” 

 

Kan de Arizona-regering wel worden vertrouwd om tot goede akkoorden te komen? Iemand als MR-voorzitter Bouchez zei al herhaaldelijk: “Ook als de vakbonden hervormingen weigeren, doen we gewoon door…”? 

Patrick: “Je zit met een regering waarin er zowel aan Vlaamse als aan Waalse kant een partij zit die niet zo vakbondsgezind is, de N-VA en de MR. Zij houden minder rekening met de mening van de vakbonden. Maar er zitten ook andere partijen in de regering die ons wél goedgezind zijn.” 

Gert: “Dat is zo. Om dingen bij te sturen, vinden we wel gehoor bij andere partijen dan N-VA en MR. Voor de maaltijdcheques kregen we bijvoorbeeld veel steun van CD&V, Les Engagés en Vooruit. We moeten als vakbond ook meer akkoorden sluiten met de werkgevers, en de hete aardappel niet altijd naar de regering doorschuiven. Als je dat blijft doen, dan krijg je natuurlijk altijd te horen dat er met vakbonden geen land te bezeilen valt.” 

Patrick: “Voor de openbare sector ligt dat natuurlijk anders. Als er geen akkoorden komen, dan beslist de regering. Maar dan hebben wij toch nog altijd de juridische verweermiddelen. Ik vrees dat we dit in de toekomst zullen moeten gaan moeten doen omdat de aangekondigde maatregelen totaal oneerlijk en discriminerend zijn.” 

 

Wat betekent het om als kleinere vakbonden in een land met grote spelers te staan? 

Patrick: “Dat beeld klopt niet altijd. In bepaalde sectoren van het openbaar ambt, zoals politie, defensie en onderwijs, zijn we net een grote speler. Bij de politie zijn we zelfs de grootste vakbond. Globaal gezien mogen we kleiner lijken, maar dat betekent niet dat we geen stem of visie hebben. Wij gaan voor ons eigen verhaal, we lopen niet zomaar mee.” 

Gert: “We moeten ons niet als Calimero opstellen. Als je een visie hebt, kom er dan mee naar buiten, ook al sta je er alleen mee. Het gaat dan nog altijd om een mening van vele mensen. Nationaal zijn we met ACLVB de derde grootste vakbond. Maar in steeds meer bedrijven – en dat zagen we ook bij de sociale verkiezingen – zijn we de grootste of tweede grootste organisatie. In het overleg telt niet de grootte, maar de impact van je voorstellen. Kijk naar de verhoging van de maaltijdcheques: dankzij onze zomeractie staat dat nu in het regeerakkoord. We zijn nu bezig met de cafetariaplannen, ook dat is in het regeerakkoord gekomen. Dat toont dat je met sterke dossiers en duidelijke voorstellen echt het verschil maakt en daar ben ik trots op!” 

 

Patrick: “Het draait inderdaad om sterke dossiers, een duidelijke visie en goede communicatie, met sterke positieve slogans. De andere vakbonden zijn vaak negatief en “tegen” iets. Als je een punt hebt waar de overheid niet omheen kan, dan maak je het verschil. En wij verdedigen al het overheidspersoneel, niet alleen onze leden.”  

Gert: “Dat is precies de manier waarop VSOA en ACLVB elkaar vinden. Voor ons draait het inderdaad niet om het instituut vakbond, maar om de mensen, in de private én publieke sector. Het zijn hún problemen die we willen oplossen. We versterken elkaar ook. Een goed voorbeeld daarvan is onze gezamenlijke campagne rond geweld op de werkvloer die binnenkort van start gaat.” 

 

De politieke onafhankelijkheid van ACLVB en VSOA, wat houdt dat in? 

Gert: “We zijn altijd politiek onafhankelijk geweest. Toch worden we vaak gelinkt aan liberale partijen zoals Open Vld of MR, puur omwille van onze naam en kleur. Maar ‘liberaal’ in onze naam verwijst naar sociaal liberalisme, niet naar een politieke partij. We zitten in geen enkel partijbureau en hebben zelfs betere contacten met andere partijen dan met de liberale. Onze impact komt niet doordat één partij ons steunt, maar omdat meerdere fracties onze voorstellen oppikken en erkennen dat ze waardevol zijn.” 

Patrick: “Bij VSOA hebben we zelfs het woord ‘liberaal’ niet in onze naam, maar door de blauwe kleur worden we toch gelinkt aan bepaalde partijen. Dat is nu eenmaal zo. Tegelijk moeten we realistisch zijn: je hebt de politiek nodig om iets te bereiken. Je kan je niet afsluiten, je moet het gesprek aangaan en je organisatie zichtbaar maken. Dat doen zowel ACLVB als wij, door actief overleg te zoeken met verschillende partijen.” 

Gert: “En laten we duidelijk zijn: wat we bereikt hebben, was niet dankzij Open Vld of MR, maar omdat andere politieke fracties onze ideeën hebben opgepikt en erkend dat ze hout snijden.” 

 

Het is dus geen nadeel dat Open Vld niet meer in de regering zit? 

Patrick: “Helemaal niet. Ook tijdens de vorige regering hadden we niet echt een goede relatie met Open Vld. Dat is jammer. Maar ja, Open Vld dient wetsvoorstellen in om vakbonden rechtspersoonlijkheid te geven (om ze dan gemakkelijker voor de rechter te kunnen brengen, nvdr.), om de syndicale premie te belasten, om mensen die betogen, en dan heb ik het niet over de echte relschoppers, willekeurig uit een betoging te halen. Dat zijn toch rare standpunten voor een liberale partij, die voor vrijheid en vrije meningsuiting zou moeten opkomen?” 

Gert: “Wij hebben de laatste tien jaar niets aan Open Vld gehad. Na elke voorzitterswissel probeerden we contact op te bouwen, ook via studiediensten. Maar dat hield nooit stand. Een structurele samenwerking levert vandaag meer nadelen dan voordelen op, omdat Open Vld niet langer aansluit bij de leefwereld van de werknemers die wij vertegenwoordigen.” 

 

ACLVB heeft aangekondigd om de ‘L’ uit zijn naam te schrappen? 

Gert: “Dat klopt. En we zijn al ver gevorderd in onze oefening. De wil is er om onze naam te veranderen, zowel bij leden als bij onze bestuursorganen. Elke bevraging bevestigde onze visie. Daarnaast werken we aan een boek over ons sociaalliberalisme, maar dat gaat ook breder dan dat. Ik wil uitleggen hoe wij de rol van vakbonden nu en in de komende eeuw zien. Het leven van werknemers evolueert, dan moeten wij ook mee evolueren. Het zal geen oude wijn in nieuwe vaten zijn, maar een echte wijziging van ons imago naar een moderne beweging. Na de aankondiging van die plannen en onze visie op ‘vakbond 2.0’ werden we meteen uitgenodigd door partijen zoals CD&V en Les Engagés. Men voelt dat ACLVB voor een modern syndicalisme staat, gebaseerd op solidariteit. We willen een stem geven aan de grote, stilzwijgende massa, die nog wél geëngageerd is, maar zich niet meer thuis voelt in het klassieke syndicalisme van stakingen en betogingen.  

 

Over de pensioenhervorming: 

Gert Truyens: “Deze regering straft werknemers, vooral vrouwen, voor pech of zorglast tijdens de eerdere loopbaan. Dat is geen hervorming die mensen vooruithelpt, dat is een hervorming die vertrouwen wegneemt.” 

 

Patrick Roijens: “Arizona viseert daarnaast vooral ambtenaren.  

Bovendien rekent men terug in de tijd, en verandert men de spelregels na het spel. Dat is niet eerlijk.” 

 

Eén van de belangrijke onderwerpen die moeten onderhandeld worden zijn de pensioenen. We horen over de plannen van de Arizona-regering maar één kritiek: “onrechtvaardig”. Wat is er zo onrechtvaardig aan die plannen? 

Patrick: “Heel veel! Ik geef maar het voorbeeld van de ambtenarenpensioenen. Ik hoor altijd dat zij een hoog pensioen hebben. Maar je moet alles bekijken. Ambtenaren beginnen aan een laag loon. Na 25 of 30 jaar zit je in een hogere loonschaal. In de privésector begin je met een arbeidscontract tegen een goed loon. Je kan daar veel gemakkelijker een carrière opbouwen dan in de publieke sector. Is het dan zo onzinnig om die ambtenaren een goed pensioen te geven? Men wil nu de loopbaanduur anders berekenen. Men rekent terug in de tijd, men verandert de spelregels na het spel. Dat is niet eerlijk. Voor een gewone ambtenaar in niveau C zal dit allicht om 300 euro netto minder op zijn rekening betekenen op het einde van de maand. Aan bepaalde categorieën komt men dan weer niet aan, ik denk aan de zelfstandigen, terwijl ik de premier hoor zeggen dat iedereen een eerlijke bijdrage moet leveren.” 

Gert: “En dan spreken we nog niet over de discriminatie, bijvoorbeeld voor vrouwen. De maatregelen viseren vrouwen. De pensioenkloof tussen mannen en vrouwen wordt groter. Maar liefst 49 % van de vrouwelijke werknemers kan vanaf volgend jaar bij vervroegd pensioen getroffen worden door de zogenaamde “malus”, een vermindering van het pensioenbedrag. Ze voldoen niet aan de strenge loopbaanvoorwaarden die de regering wil invoeren. Werknemers moeten gemiddeld 35 jaar halftijdse tewerkstelling bewijzen om de malus te ontlopen. Daarmee straft de regering werknemers voor pech of zorglast tijdens de eerdere loopbaan. Een vrouw stopte met werken of ging deeltijds werken om haar kinderen op te vangen. Die mensen gaat men nu retroactief sanctioneren. De regering spreekt over harmoniseren, maar voor mij klinkt die zogenaamde harmonie vals.” 

 

Gaan jullie deze onrechtvaardigheden goedkeuren? 

Patrick: “We kunnen dit niet aanvaarden. Als we dit informeel aankaarten, dan krijg je zelfs als antwoord: “Dan moeten ze maar een paar jaar langer werken.” Maar je kan dit niet meer inhalen. Men straft die mensen retroactief. En hoe ga je dit inhalen, door tot aan je tachtigste te werken? Het is onaanvaardbaar dat men terug in de tijd gaat en daarop mensen afrekent die toen keuzes maakten zonder van de huidige wetgeving op de hoogte te zijn. We gaan dit niet laten passeren.” 

Patrick en Gert: 

“Ons uitgangspunt is duidelijk: geweld kan op geen enkele manier getolereerd worden - het is een belangrijke gezamenlijke campagne.” 

 

Jullie hebben de goede samenwerking tussen VSOA en ACLVB al aangehaald. Eén van de thema’s die zullen uitgewerkt worden is het geweld op de werkvloer? 

Patrick: “Als je de getuigenissen leest die we in ons tijdschrift Argument al brachten, dan krijg je kippenvel. In elk regeerakkoord las ik “nultolerantie voor geweld”. Maar als het op concrete acties van de politiek aankomt, blijft het stil. Ons uitgangspunt is duidelijk: geweld kan op geen enkele manier getolereerd worden. Geen enkele vorm: licht geweld; zwaar geweld; verbaal geweld… Niets. En moet gesanctioneerd worden. Deel alternatieve straffen uit. Tijdens corona kregen mensen die op een bankje zaten, een boete. Wel, pas dit ook toe bij geweldpleging. Je geeft zo een signaal dat dit niet wordt geduld.” 

Gert: “Geweld treft ook werknemers in de privésector. Ik denk maar aan het geweld op chauffeurs van De Lijn, zorgpersoneel, horeca, noem maar op ... . We gaan dit thema volop in de verf zetten met getuigenissen uit alle sectoren. Het is een mooi voorbeeld van de samenwerking tussen het VSOA en ACLVB. Het is onze taak om een menselijk gelaat te geven aan wat er in de maatschappij gebeurt.”   

 

Interview: 

Bert CORNELIS 

Cindy WILLEM 

 

Lees ook het interview op: https://www.aclvb.be/nl/artikels/tijd-voor-actie-zonder-stilstand