De Arizona-regering verdedigt haar hervormingen door te stellen dat ze bedoeld zijn om het systeem financieel houdbaar te maken, de openbare en private stelsels op elkaar af te stemmen, de werkgelegenheidsgraad te verhogen en de openbare diensten te moderniseren.
Maar in de praktijk zijn deze maatregelen asociaal en ongelijk tegenover vrouwen.
In de openbare sector werken vrouwen vaak deeltijds. Ze kiezen vaker voor loopbaanonderbrekingen, tijdskrediet of hebben een onderbroken loopbaan. Soms zien ze geen andere mogelijkheid om werk en privéleven te combineren. Vrouwen blijven immers meestal degenen die instaan voor de opvoeding van de kinderen, maar ook voor de zorg van oudere familieleden.
Enerzijds stellen de nieuwe regels van de ARIZONA-maatregelen dat effectieve voltijdse werkdagen meer zullen meetellen voor de berekening van zowel de toegangsdatum tot het pensioen als het pensioenbedrag.
Anderzijds worden flexi-jobs naar voren geschoven om de toegang tot werk te bevorderen. Het gaat echter vaak om precaire jobs die minder meetellen voor de pensioenopbouw. De annualisering van de arbeidstijd, de “accordeonuren” onder het mom van de noden van de dienst, en de uitbreiding van nacht- en zondagswerk maken het voor vrouwen moeilijker om kinderopvang te organiseren, terwijl die juist stabiele werkuren vereist.
VSOA-Gender kan bovendien alleen maar betreuren dat vrouwen zo beperkt vertegenwoordigd zijn binnen de regering (15 mannen tegenover 4 vrouwen), wat allerminst een goed signaal is op het vlak van gelijkheid tussen vrouwen en mannen.
Bij VSOA erkennen we dat de realiteiten verschillen naargelang gender (mannen, vrouwen en personen met andere genderidentiteiten). Gendergelijkheid en vertegenwoordiging binnen onze beroepsgroepen staan centraal in onze reflectie, zodat we deze verschillen beter kunnen begrijpen en in het belang van al onze leden kunnen handelen.
Masanka TSHIMANGA
Algemeen secretaris VSOA
Voorzitter Cel Gender